Het belang van normlicht

In de loop van de dag veranderen de belichting en de kleuren die we waarnemen en landschappen krijgen een sterk wisselende sfeer. In de loop van de dag en met de seizoenen verandert de intensiteit van de zon. Dit alles, aangevuld met de zuiverheid van de atmosfeer, de zonnestand en de kort- of langgolvige straling  bepaalt de kleurtemperatuur van het licht die uitgedrukt wordt in Kelvin. Veel lichtbronnen zoals gloeilampen, tl-lampen of de zon geven allemaal ‘wit’ licht, maar toch verschillen ze erg van elkaar.

Het omgevingslicht, zowel binnen op kantoor, als het buitenlicht heeft een enorme invloed op kleurwaarnemingen en -vergelijkingen tussen proef en print en de monitor. En dat is dan ook meteen het meest voorkomende discussiepunt bij kleurvergelijkingen in een grafische omgeving.

Verschillen in kleurtemperatuur

Om u een idee te geven van de verschillen in kleurtemperatuur:
- Rechtstreeks zonlicht (van 9u. tot 15u.)            5.400 – 5.800 K
- Rechtstreeks zonlicht (vóór 9u. en na 15u.)     4.900 – 5.600 K
- Helderblauwe hemel                                                 12.000 – 27.000 K
- Nevelige hemel                                                           7.200 – 8.400 K
- Bewolkte hemel                                                          6.700 – 7.000 K
- Licht bij zonsopgang                                                   2.200 – 4.500 K
- Gemiddeld schaduwlicht                                         8.000 K
- Kaarslicht                                                                        2.100 K

Vanaf 2000 K zie je een rode kleur. Bij 3000 en 4000 K gaat die over van oranje naar geel. Op 5000 K zie je een neutraal licht. Hogere temperaturen geven een steeds blauwer wordend licht.
Bij verschillend licht zie je ook heel andere kleuren.

Wat is gestandaardiseerd licht?

De enige manier om dit probleem op te lossen is om kleuren te beoordelen onder 5000 Kelvin gestandaardiseerd licht.
Dat is dus heel iets anders dan gewoon bij het vensterraam op elk uur van de dag.
De internationale ISO–3664 standaard beschreef de lichtvoorwaarde van 5000 Kelvin om kleurvergelijkingen objectief te kunnen beoordelen. Het normlicht van 5000 Kelvin is wat vele drukkers en opdrachtgevers vandaag als standaard gebruiken. De werkomgeving wordt hiermee uitgerust en meestal wordt er eveneens een normlichttafel aangeschaft. Dit is ook sterk aan te raden als je vaak te maken krijgt met het beoordelen van drukwerk of drukproeven.

Hoe beoordeel ik mijn drukproeven voortaan?

Wat een erg handige tool is om te controleren of je de drukproef onder ideale omstandigheden beoordeelt, zijn deze ‘light indicator’ strips verkrijgbaar in de vorm van zelfklevers of kaartjes. Indien de gekleurde blokjes niet meer van elkaar te onderscheiden zijn, betekent dat een ideale kleurtemperatuur en dan is het licht geschikt om een drukproef objectief te beoordelen. Zijn de gekleurde blokjes wel zichtbaar, dan betekent dat dat de omstandigheden niet geschikt zijn om een proef te bekritiseren. Vraag ernaar bij uw contactpersoon.

Deel dit artikel