Neem even de tijd...

Wat vandaag Drukservice Impressa is, startte in 1863 in Meerhout als drukker-uitgever Het Kempenland. Het was Laurent Bongaerts, overgrootvader van de huidige zaakvoerders, die van weekblad Het Kempenland een groot succes wist te maken. Dat was de start van vier generaties familiaal ondernemerschap.

Wat hieronder staat is de volledige tekst van de jubileumeditie van Het Kempenland, die dateert van 1993 en verscheen als feestnummer ter gelegenheid van het 130-jarig bestaan toen.
Helemaal onderaan lees je verder over de meer recente ontwikkelingen van het bedrijf na 1993.
Dit is een mooi stuk Kempense geschiedenis wat Drukservice Impressa erg nauw aan het hart ligt.

Veel leesplezier!

JUBILEUMEDITIE NOV. ’93 – 130 JAAR KEMPENLAND, ’n blad maakt geschiedenis.

Wanneer we de geschiedenis van het Kempenland willen schrijven, kunnen we niet om de opzoekingen heen die wijlen Jan Tegenbos heeft verricht bij het 100-jarig, en wijlen Bruno Bomberen bij het 120-jarig bestaan van het Kempenland, toen er eveneens jubileumnummers uitkwamen waarin de geschiedenis van het blad werd geschetst. Zij maakten daartoe gebruik van feitenmateriaal dat ze vonden in het Turnhoutse stadsarchief, het archief van de abdij van Tongerlo, en in het archief van Kempenland zelf. Ook wij doken - overigens met een grote nieuwsgierigheid en veel plezier - in ons eigen archief en vulden deze gegevens aan. Verder lieten we ons meer dan eens inspireren door ‘n Stad maakt geschiedenis - Bijdrage tot de aloude geschiedenis van de stad Herentals’, het standaard werk van stadsarchivaris Dr. Jan Goris, die ook graag tijd maakte om ons te woord te staan en onze vragen te beantwoorden.

Het is niet onze bedoeling een zuiver wetenschappelijke thesis over de geschiedenis van het Kempenland te schrijven. Daarvoor is het feitenmateriaal te omvangrijk en te diffuus. Hier is een (bijzonder boeiende) taak weggelegd voor de historici, want het grote belang van Kempenland voor Herentals en ruime omgeving staat onomstreden vast. Wel willen we de lezer, via een voorstelling van de voornaamste pioniers achter het Kempenland (met name de familie Du Moulin als stichters in 1863 en de leden van de familie Bongaerts die vanaf 1890 van Kempenland hun levenswerk maakten) en via korte uittreksels uit 130 jaargangen Kempenland laten kennismaken met het wel en wee van het oudste streekblad van België.

De Meerhoutenaer

Op 3 januari 1863 verscheen in Meerhout het eerste nummer van het blad ‘De Meerhoutenaer‘, de voorloper van ‘Het Kempenland ‘. De initiatiefnemer was Vincentius Josephus Du Moulin ( 1822- 1875), die in Meerhout een boekhandel en een bescheiden drukkerijtje had opgericht, en jarenlang rondliep met het idee om een plaatselijk blad uit te geven . Aanvankelijk stootten zijn plannen op nogal wat praktische moeilijkheden. In Meerhout was er immers destijds geen postkantoor dat voor verzending kon zorgen en - erger nog - de drukkerij was niet voldoende uitgerust om met zulk een onderneming te beginnen. Vincentius Josephus Du Moulin kon echter rekenen op de steun van een aantal Meerhoutse notabelen, waaronder de burgemeester. Met hun financiële hulp (1100 frank tegen 5%) schafte hij zich (bij de firma Nouri en Van Looy, tegen de prijs van 1523,75 frank) een nieuwe installatie aan waarmee hij zijn plannen kon verwezenlijken .

In 1862, twaalf dagen voor de officiële verschijningsdatum van het eerste nummer van ‘De Meerhoutenaer ‘ , had de uitgever reeds een prospectus laten verschijnen om naar de belangstelling voor het nieuwe blad te peilen. De reacties op deze uitnodiging tot het nemen van een abonnement waren zo uitzonderlijk talrijk , dat Du Moulin zich gesterkt voelde in zijn voornemen. Het resultaat was de eerste editie op 3 januari 1863. De abonnementsprijs bedroeg 5 fr. per jaar, en als uitgever en redacteur werd V. J. Du Moulin vermeld. Toch verliep een en ander niet onmiddellijk van een leien dakje. Laten we Vincentius Josephus aan het woord.

‘De Meerhoutenaer kwam uit met 145 abonnees , waarvan omtrent de helft van Meerhout. Doch met 1 October was dit getal gestegen tot 205, zodanig dat de abonnementen voor gansch het jaar 913 fr. 87 centiemen bedroegen , maar eenigen hiervan zijn niet betaald geworden. De onkosten van papier , een gast en eenige anderen beliepen 895 fr. 69 centiemen , dus eene winst - zoo alles betaald werd - van 18 fr. 18 centiemen! Maar dan had ik nog de annoncen welke voor gansch het jaar - maar dezen zijn ook niet allen betaald geworden - 158 fr. 96 centiemen beliepen. Zie daar eene winst voor gansch een jaar schrijven, werken en slaven , welke het eerste jaar van den Meerhoutenaer mij verschafte! ... ‘

Maar zijn droom was vervuld, en met veel moed en ijver vatte Du Moulin een tweede jaargang aan, dit keer met 260 abonnementen . Al spoedig kreeg hij de medewerking van correspondenten en geschiedenisvorsers en wist hij met hun hulp ‘De Meerhoutenaer’ tot een hoogstaande publikatie uit te bouwen . Eindelijk had Vincentius Josephus Du Moulin zijn levenstaak gevonden, waarvoor hij het waard vond al zijn energie in te zetten .

Een weekblad zoals ‘De Meerhoutenaer’ was in die tijd voor de meeste geletterde mensen praktisch de enige informatiebron . ‘De Meerhoutenaer’ nam de taak op zich om het wereldnieuws te verzamelen en dat op een beknopte en bevattelijke manier aan de lezers te presenteren. De belangrijkste binnen- en buitenlandse berichtgeving vormde onder de titel ‘Algemeen overzigt’ altijd het hoofdartikel. Daarnaast werd er ook verslag gegeven van de kamer- en senaatszittingen, van het kerkelijk nieuws (zoals benoemingen, godsdienstige plechtigheden, inwijdingen, enz. uit het hele land) en van kleinere gebeurtenissen uit de nabije omgeving (onder de noemer ‘Allerlei nieuws’): aanrandingen , ongevallen, branden, waarschuwingen, enz. In het blad werd ook een vaste plaats ingeruimd voor tabellen van de belangrijkste ‘graen-, boter-, zaad- en oliemerkten’, de uurregeling van den ‘IJzeren weg ‘ en van de ‘Diligentiedienst’. De medewerking van de ‘geschiedenisvorsers’ bestond uit ingezonden stukjes over de plaatselijke geschiedenis en af en toe verschenen er ook kronieken met politieke , taalkundige, godsdienstige of morele bespiegelingen, eveneens in de vorm van ingezonden stukjes.

Het Kempenland

In oktober 1864 verscheen het laatste nummer (nr. 44 van de 2de jaargang) van ‘De Meerhoutenaer‘. Op 1 november 1864 blijkt de naam van het weekblad gewijzigd in ‘Het Kempenland - Nieuws- en Aankondigingsblad van Herenthals’. Wellicht werd het nog in Meerhout gedrukt, want de Du Moulins zouden zich pas in maart 1865 in Herentals vestigen.

‘Het Kempenland’ van 19 november 1864 draagt het nummer 47, 2de jaargang, en vermeldt voor het eerst: V.J. Du Moulin, Drukkerij, Herenthals. Naar de redenen van dit vertrek uit Meerhout hebben we het raden. Wellicht werd het beïnvloed door de vertroebeling van de verstandhouding tussen de strikt katholieke uitgever en de meer liberaal gezinde personen in Meerhout die hem bij de uitgaven hadden gesteund .

Wat zeker ook een rol speelde is dat een stad als Herentals hem de mogelijkheid bood zijn blad een ruimere verspreiding te geven omdat deze plaats meer zielen telde en over betere communicatiemiddelen beschikte. En, zeker niet in het minst: zijn echtgenote was afkomstig van Herentals. In het eerste nummer van ‘Het Kempenland ‘ lezen we de volgende verklaring:

‘Het bureel van den Meerhoutenaer wordt verplaatst naar Herenthals, waer het blad zal verschijnen onder den titel van Het Kempenland . Onder dezen titel laten wij te beginnen van 1 november, een weekelijks nieuws- en aankondigingsblad verschijnen en wij bieden ons aen met volle vertrouwen. Meerhout en omstreeken kunnen wij verzeekeren dat wij in ons blad door onze verplaetsing niets zullen verliezen: wij hebben gezorgd voor goede correspondenten, om al wat deze plaets en den omtrek betreft te kunnen behandelen en afkondigen. Voor het overige nieuws zullen wij er wel aen winnen, daer wij thans meer in het binnenland, in eenen stad waer alle communicatiemiddelen bestaen, geplaetst zullen zijn.’

 De uitgeverij van ‘Het Kempenland‘ was vanaf 18 maart 1865 gevestigd op de ‘Groote Merkt 52’ in Herentals. Gedurende de overgangsperiode (verhuis, enz .) kon men zowel in Herentals als in Meerhout een abonnement nemen. Het weekblad werd vrij vlug in Herentals en omgeving aanvaard, wat af te leiden is uit de gepubliceerde artikels en uit de briefwisseling. De strekking van ‘Het Kempenland‘ en zijn uitgever was uitgesproken katholiek en Vlaams, tegen de verfransing. Maar Vincentius Josephus Du Moulin was net zo goed een waarachtig vaderlander. In zijn kolommen verdedigde hij met hand en tand het belang van het land en beijverde hij zich het verleden en de geschiedenis van dat land te doen kennen . Vandaar dat hij graag plaats maakte voor historische bijdragen die zijn vrienden en correspondenten hem toezonden.

Zijn militant katholiek Vlaams engagement, dat hij niet alleen uitdroeg in zijn weekblad en andere uitgaven maar ook in de praktijk omzette in het Herentalse verenigingsleven, werd hem echter niet in dank afgenomen - vernemen we in een artikel van stadsarchivaris Jan Goris in de jubileumeditie van Kempenland in 1983. Door dat engagement ...
‘... kon hij bezwaarlijk in de gunst komen bij de liberaalkatholieken die op het stadhuis de baas speelden en hun slippendragers. Het gros van de advertenties ging te Herentals om die reden ook naar het Nieuws- en Advertentieblad van Herentals dat absoluut geen stijdblad was en journalistiek op een veel lager peil stond dan Kempenland . V.J. Dumoulin heeft te Herentals ongetwijfeld zwarte sneeuw gezien en veel ontgoochelingen opgelopen. Al deze tegenslagen liet hij echter niet aan zijn hart komen. Vaak stond hij vanaf 4 uur ‘s morgens aan de drukpers om zijn Kempenland gedrukt te krijgen. Zijn optimistisch godsvertrouwen deed hem al zijn moeilijkheden, ook van familiale aard (o.a. verlies van zijn jonge vrouw in 1866) overwinnen en hem spijts alles land en volk liefhebben.’

Vincentius Josephus Du Moulin overleed in Herentals op 10 februari 1875, amper tien jaar nadat hij zich in deze stad had gevestigd. Hij was als vreemdeling in Herentals gekomen, maar wist zich in een decennium op te werken tot een van de meest geeerde burgers van de stad: als lid van het ‘Genootschap van de H. Vincentius a Paulo’, als bestuurslid en later secretaris van Harmonie SintCecilia, als een van de oprichters van het ‘Genootschap van de H. Franciscus-Xaverius’ (de ‘Suskens’), als pleitbezorger van de in 1873 opgerichte ‘Vlaamse Bond’ en ... als uitgever/redacteur van ‘Het Kempenland’, dat ongetwijfeld vanaf het begin een cultureel opvoedende rol heeft gespeeld in een tijd waarin de Kempen als een achterlijk gewest werd beschouwd. 

Edmond Du Moulin

Na de dood van stichter Vincentius Josephus Du Moulin onderging ‘Het Kempenland’ nauwelijks enige wijziging. De aard en de geest van de artikelen bleven bewaard, en zelfs in de hoofding bleef V.J. Du Moulin als uitgever vermeld. Pas op 16 september 1882 wordt voor de eerste maal zijn zoon Edmond Du Moulin (1853-1885) als uitgever aangegeven. Ook Edward Du Moulin heeft in Herentals een actieve rol in het verenigingsleven gespeeld. Maar ook hij zou slechts tien jaar de traditie kunnen verder zetten. Edmond overleed, op de jonge leeftijd van 32 jaar, op 9 november 1885.
Zijn echtgenote, Maria Helsen, probeerde zo goed en zo kwaad als mogelijk het weekblad voort te zetten - met de steun van een aantal verknochte medewerkers - maar nog geen drie jaar later, op 12 juni 1888, overleed ook Maria Helsen. Hun kinderen, Maria en Joseph, werden opgenomen bij familieleden en in hun naam werd ‘Het Kempenland’ verder uitgegeven, terwijl een niet met naam genoemde onderpastoor van Sint-Waldetrudis werd aangezocht om de redactie te verzorgen. Deze situatie bleek echter niet lang houdbaar, en bij gebrek aan een geschikte opvolging werd ‘Het Kempenland’ in 1889 te koop gesteld. Na lang aandringen en heel wat overleg stemde Laurent Bongaerts erin toe het bedrijf over te nemen. De definitieve beslissing werd genomen op 31 december 1889, wanneer het geesteskind van Vincentius Josephus Du Moulin zijn 27ste jaargang en meteen ook zijn eerste levensperiode afsloot.

Laurent Bongaerts

Op zondag 5 januari 1890 verscheen er in de eerste editie van de 28ste jaargang van ‘Het Kempenland’ een eerder bescheiden mededeling ‘Aan onze Lezers’, waarin de overname werd bekend gemaakt.

‘Verleden Dinsdag heeft de verkooping plaats gehad van HET KEMPENLAND, dat door ons werd aangekocht. In zijn laatste nummer drukte het de hoop uit door Katholieke handen voort gezet te worden. Wij nemen hier de plechtige verbintenis aan dat het opzicht van godsdienst, niet zal moeten onderdoen. Bovenal zullen wij het gezag erkennen onzer Moeder de H. Kerk en geene gelegenheid laten voorbijgaan haar, waar ‘t noodig is, te verdedigen. Niet minder verkleefd zullen wij zijn aan onze dierbare Moedertaal, den zekersten waarborg voor ‘t behoud van ons Vaderland. Wij zullen ons aansluiten bij het immer aangroeiend getal strijders die kampen tot het bekomen der rechten waarop onze taal billijk aanspraak mag maken. De gemeentebelangen zullen door ons immer ter harte genomen worden. Met dankbaarheid zullen wij alle meewerking onvangen voor doel hebbende het welzijn en den vooruitgang onzer stad. ( . . . ) En nu, vooruit: Voor Godsdienst, Moedertaal en Vaderland! HET BESTUUR’

De abonnees konden opgelucht ademhalen: ‘Het Kempenland’ was gered en in goede handen terecht gekomen. De eerder beknopte beginselverklaring liet immers aan duidelijkheid niets te wensen over. Wel bestond er enige onzekerheid over wie het blad had overgenomen, want de naam van de nieuwe uitgever was niet bekend gemaakt. Een week later, op 12 januari 1890, werd de onzekerheid opgelost in een nieuw bericht aan de ‘Geachte Lezers en Lezeressen van Het Kempenland’.

‘ . . . Lang hebben wij getalmd en verzonnen, eer wij den moed hadden de oude banier van het Kempenland in handen te nemen, en te beproeven om ze met eere recht te houden. Daar wij echter op het terrein geene vreemden zijn, en vroeger nog al eens met de lezers van het Kempenland een gezellig gesprek gehouden hebben, durven wij ons met vertrouwen bij onze oude vrienden aanmelden en ons blad bij hun warm aanbevelen. (…)
Alhoewel het Kempenland verledene week duidelijk en frank zijne verklaring afgelegd heeft, (waaraan wij ons stiptelijk blijven houden) toch willen wij aan onze lezers onze banier nogmaals ontplooien en met klaarheid laten zien welke leuze op ons vaandel geschreven staat: Godsdienst! Moedertaal! Vaderland! Buiten dit strijdveld zal ons blad u zooveel mogeijk eene aangename lectuur trachten te verschaffen; als vriend van den haard willen wij bij buur en maag binnenkomen, gezellig en vroolijk met hun handelen en vriend van den huize zijn. Wij zullen ons bevlijtigen het nieuws der streek in het kortste tijdsbestek, omstandiglijk aan onze Jezers kenbaar te maken.
LENS BONGAERTS’

Lens

Laurentius Franciscus Bongaerts, zoon van de Desselse koster-organist Frans Servaas Bongaerts, werd geboren op 22 mei 1837 als zevende van de acht kinderen van de familie Bongaerts-Smeyers. Al zeer jong leerde hij van zijn vader de kunst van het orgelspel, zong mee op het oksaal en bespeelde thuis de clavecimbel. Bovendien was hij ook een speels beoefenaar van de letterkunde, want reeds in een Kempenland-nummer van 1866 vinden wij een bijdrage van zijn hand. Reeds toen ondertekende hij zijn artikel met ‘Lens’, de naam waaronder hij later (met weglating van de familienaam) haast overal bekend was. In de eerste jaargangen vinden we ‘Lens’ haast wekelijks terug, vooral als ‘correspondent’ en als inzender van oplossingen - altijd in een olijke versvorm van de toenmalige ‘Premie-raadsels’.
Als 23-jarige nam Laurentius Franciscus Bongaerts de plaats over van zijn vader als kosterorganist in zijn geboortedorp en bespeelde hij eveneens een tijdlang het orgel van de kerk van Retie. In de periode van de onderwijswet van 1879 werd hij, alles opofferend voor een onzekere toekomst, onderwijzer aan de vrije katholieke school van Dessel. Ondanks alle moeilijkheden waarmee hij als beginnend onderwijzer te kampen had, slaagde hij erin verscheidene van zijn leerlingen het officiële diploma te doen behalen. Lens zou zijn nieuwe beroep met hart en ziel uitoefenen gedurende een tiental jaren. In die tijd zijn er dan ook geen bijdragen van hem in ‘Het Kempenland’ te vinden.
In 1890 verlegde hij zijn werkterrein naar Herentals waar hij - nog steeds gebeten door het schrijversvirus - het wegkwijnende Kempenland van de Du Moulins overneemt. Deze beslissing getuigt van grote moed en ondernemingszin. Voor een 53-jarige is het immers een niet voor de hand liggende stop om een zekere toekomst op het spel te zetten en een loopbaan als drukker en hoofdopsteller van een weekblad aan te vatten. Hier klopt het ware uitgevershart!
Lens Bongaerts wist zich vanaf het begin reeds van de sympathie van de abonnees van ‘Het Kempenland’ te verzekeren. Meteen al verlaagde hij de abonnementsprijs - die vanaf de stichting in 1863 onveranderd 5 frank was gebleven - tot het bedrag van 4 frank. Dat deze prijs, ondanks een stijgende levensduurte, gedurende tientallen jaren onveranderd bleef wijst erop dat ‘Het Kempenland’ een steeds grotere verspreiding kende. 

De Kempen

Het einde van de negentiende eeuw, toen Lens Bongaerts zijn activiteiten als uitgever in Herentals startte, was een periode waarin geleidelijk doch onafwendbaar de industrialisatie steeds dieper en dieper ingreep op het Kempense landschap en de Kempense mens, aldus Dr. Jan Goris in zijn ‘Bijdrage tot de aloude geschiedenis van de stad Herentals’. Hoewel de bevolking van het arrondissement Turnhout alleszins tot het einde van de negentiende eeuw voornamelijk uit boeren bestond, ontstond er door het groeiend aantal werklieden die in de industriële sector werden tewerkgesteld een arbeidersstand.

Het geïdealiseerde beeld dot schrijver Ernest Claes (die van 1898 tot 1905 student was aan het Herentalse college) schetst van Herentals in zijn onvergetelijke boek ‘Studentenkosthuis Bij Fien Janssens’ mag niet verbloemen dat men toen leefde in een sterk veranderende tijd, waarin de oude waarden geleidelijk maar zeker verdwenen. Ook Lens Bongaerts voelde het contrast tussen heden en verleden scherp aan. In een hoofdartikel in ‘Het Kempenland’ van 13 oktober 1901, met als titel ‘Een kleine oogopslag over den vooruitgang in de Kempen algemeen, en in ons stadje Herenthals in ‘t bijzonder’ drukt hij met een nauwelijks verborgen ondertoon van heimwee naar het verleden zijn bewondering voor ‘de moderne vooruitgang’ uit.

‘Het is stellig en vast dat elke landelijke gemeente, zooveel in haar vermogen is, wedijvert om met den vooruitgang mede te gaan die zich alom openbaart. De Antwerpsche Kempen in het algemeen, en vele plaatselijke gemeenten in het bijzonder, hebben deel genomen in den vooruitgang voor zooveel de toestand, waarin zij verkeerden, het hun toeliet. Bij de laatste vijftig jaren is, dank aan dien vooruitgang, het panorama onzer Kempen gansch veranderd. Over vijftig Jaren was de Kempen nog een afgezonderd oord, van alle betrekking afgesloten, een Belgisch Siberie, door de stedelingen hier en daar gekend onder den naam van den ‘Heikant’.
De Kempenaars leefden er zuinig en zorgelijk onder elkander; het was een vreedzaam en gastvrij volk, dat weinig of geene betrekking had met de centrums van het land. Was er ergens een held in de gemeente, die de reis van Antwerpen, Gent, Luik of Brussel, te voet of per huivenkar had durven ondernemen, het volk stroomde rond hem samen, om bij de lange winteravonden met gapenden mond, de wonderlijke avonturen zijner reis bij het licht van het ketelvuur te hooren verhalen. In groote omstandigheden werd de smoutlamp of de vetkaars ontstoken, op gewone avonden bepaalde men zich bij het licht, dat het knetterend ketelvuur van zich afwierp, en in wier schijn onze boerinnekens het spinnewiel deden ronken. Weelde kende men niet maar, huisgenot, tevredenheid, vredelievendheid en gastvrijheid waren de schoone deugden, welke in dien tijd wellicht meer bloeiden dan nu.
In de laatste 50, hoogstens 60 Jaren, is door den ontstanen vooruitgang, allegnskens eene gansche gedaanteverandering onstaan. Voor dit tijdstip waren er nog geene steenwegen, geene vaarten, geene ijzeren wegen, geene telegraphen, geene telefonen; men kende nog de petrool niet, laat staan de gaz, het elektriek licht en honderde andere nieuwigheden.
Dus, gansch die omwenteling op een enkel menschenleven, ‘t is oprecht kolossaal! Men zegt, en dit met reden: onze voorouders van over 60 Jaren moesten nog eens wederom keeren, wat zouden ze aardige wezens trekken bij het zicht van al die verandering, vruchteloos zouden ze hier te Herenthals naar de oude trapgeveltjes hunner woningen zoeken, en beweging van ijzeren wegen en scheepvaart, de hooge fabriekschouwen, het ronken, het geblaf en het gehamer der machienen zouden hen duizelig maken, en ze zouden van den ouden wereld schier niets meer erkennen. Als men de gansche Kempen doorwandelt, wat een leven alom tegen voorheen, overal nijverheid en handel, waar men over 60 Jaren nog niet het minste aan had gedacht.
In de grootste en barste heiden zijn kolossale fabrieken opgerezen, groote en schitterende nijverheden hebben er hunne breede vlerken uitgespreid. Overal leven! Overal vooruitgang…

Een grote vlucht

Lens Bongaerts was een veelzijdig man. Zijn drukke bezigheid als drukkeropsteller van ‘Het Kempenland’ deed hem geenszins zijn oude liefde, de muziek, vergeten. Bij zijn vertrek naar Herentals had hij het orgel van de Desselse kerk vaarwel moeten zeggen. Niet lang daarna echter, in 1892, werd hij organist in de Sint-Waldetrudiskerk in Herentals. Hij zou het Herentalse orgel gedurende 25 jaar bespelen. Karakteristiek was wel dat hij zich vooral als solist liet opmerken, terwijl hij in de begeleidingspartijen wel eens uit de band durfde springen. Hij waagde zich zelfs aan een aantal eigen composities, meestal volksliederen met een eenvoudige, vloeiende melodie.

Na de overname van ‘Het Kempenland’ door Lens Bongaerts nam het blad een grote vlucht en kende het een steeds grotere oplage en uitbreiding. Het formaat vergrootte, en waar het blad tot dan toe slechts op vier bladzijden verscheen (een enkele maal werd er een bijvoegsel op kleiner formaat ingevoegd) werd al heel snel een ‘tweede blad’ ingeschoven. Die extra bladzijden bevatten haast uitsluitend advertenties, maar ze maakten het de uitgeveropsteller mogelijk meer lezenswaardige kopij in ‘de gazet’ op te nemen. Gedurende verschillende jaren werden de lezers ook wekelijks kosteloze afleveringen aangeboden van geïllustreerde volksromans, die op ‘t einde van ‘t jaar een schoon boekdeel zullen vormen.

‘Het Kempenland’ kende beslist een onstuitbare groei. Als schrijver voerde Lens Bongaerts een snedige pen, en al snel werd de schuilnaam ‘Lens’ in Herentals en omgeving een begrip. In zijn tijd was ‘Het Kempenland’ doorweven met olijke en luimige versjes, verhaaltjes en ‘mengelingen’. Deze laatste, in de vorm van vervolgverhalen, waren meestal gebaseerd op de Kempense folklore en werden zowel door volksmensen als door de meer ontwikkelden gewaardeerd en gesmaakt. ‘Lens’ was echter niet alleen een puntig humorist, maar kon ook - wanneer hij dat nodig vond - met vlijmscherpe pen uithalen en argumenteren, vooral wanneer het ging om de behartiging van plaatselijke belangen, om opbouwende kritieken te leveren of om voorstellen op tafel te gooien. Zo zou het interessant zijn om te onderzoeken welke zijn invloed is geweest voor de aanleg van de buurtspoorweg Oostmalle-Herentals-Westerlo waarover hij in ‘Het Kempenland’ met gloed schrijft.

Zijn stijl bleef altijd wel goedsmoeds, en nooit werd hij verbolgen of bitter. Bovenal was hij katholiek, en dat was ook ‘Het Kempenland’, bladzijde na bladzijde. Zijn overtuiging verdedigde hij belangeloos, in woord en geschrift, en meer dan eens moest hij ondervinden dat die houding hem geen materieel voordeel bracht. Ook op politiek vlak was hij beginselvast katholiek. Maar nooit liet hij zich verleiden tot heimelijke of persoonlijke aanvallen. Zijn overtuiging was hem heilig en hij beleed ze in ‘Het Kempenland’ zonder schroom, waardoor hij de waardering en de achting verwierf van zelfs zijn felste politieke tegenstrevers. Tijdens de Duitse bezetting in de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) werd ‘Het Kempenland’ door de plaatselijke Ritmeister Roth voor een maand geschorst. Dat gebeurde naar aanleiding van de publicatie van de mededeling: ‘Westelijk front geen nieuws: goed nieuws’.

Waardering

Laurentius Franciscus Bongaerts, weduwnaar van Anna Rosalia Verbeeck, huwde met Ludovoca Maria Verbeeck, nicht van zijn eerste echtgenote. Uit dit huwelijk werden zes kinderen geboren: Maria, Jan Baptist, Anna Stephania, Eugeen Nicolaas Martinus (die zijn vader als uitgever zou opvolgen), August Emiel en Leo Martin.

Als blijk van waardering voor zijn grote verdiensten, werd hem op 23 februari 1906 door de H. Kerk de eervolle onderscheiding van het kruis ‘Pro Ecclesia et Pontifici’ toegekend. Eveneens in dat jaar mocht hij de ‘Herinneringsmedaille van Zijne Majesteit Leopold II’ ontvangen. Lens Bongaerts overleed, op de gezegende leeftijd van 80 jaar, in Herentals op 23 september 1916. In hem verloor Herentals een trouwe vriend die door zijn werk en zijn voorbeeld de achting van iedereen had verworven. Op woensdag 27 september 1916 vond de begrafenisplechtigheid plaats, diae werd bijgewoond door volksvertegenwoordiger Le Paige, burgemeester Rombauts en een talrijke menigte.

Eugeen Bongaerts

Na het overlijden van zijn vader zette Eugeen Nicolaas Martinus Bongaerts, die op 21 maart 1887 in Dessel geboren was, het levenswerk van Lens Bongaerts verder. Onder zijn leiding kwam ‘Het Kempenland’ andermaal in een stroomversnelling terecht. Journalistiek bleef het weekblad een vooraanstaande rol spelen in Herentals en omgeving en bleef het in talrijke huisgezinnen een wekelijks gewaardeerde vriend

Als uitgever nam Eugeen Bongaerts vele goede eigenschappen van zijn vader over en zette daarmee een traditie verder. Onder zijn beheer werd ‘Het Kempenland’ een modern blad dat hij aan de noden van die tijd wist aan te passen.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1940 werd door de Duitse bezetter de uitgaven van ‘Het Kempenland’ verboden. De ongemeen felle toon waarmee in de voorafgaande jaren in het weekblad de gebeurtenissen in het Duitsland van Hitler werden becommentarieerd, zal daar niet vreemd aan zijn. Het nummer van 12 mei 1940 werd in beslag genomen en op bevel van de Propaganda Stoffel Antwerpen (Flandern) mocht het blad niet meer verschijnen.

De vijf moeilijke jaren hebben bij Eugeen Bongaerts het vuur niet kunnen doven. Nauwelijks was Herentals bevrijd, of ‘Het Kempenland’ was er opnieuw. In de editie van zondag 8 oktober lezen we, onder de titel ‘Herentals Bevrijding’:

‘We zijn er van of! Muziek! Vrijdag, 22 September, maakten de Jaatste Duitschers hier ‘s avonds toebereidselen voor hun zoo vurig gewenscht vertrek. Zaterdag morgen klonk het van deur tot deur: ‘ze zijn weg!’ We ademen reeds de vrije lucht in, voelen weldoende ontspanning na een jarenlange beknelling. Van het moffrikaansch afscheidsvuur blijven we gespaard. (. . .) 
Hier !! is wederom: Het Kempenland. Vier-en-half kruipend-lange jaren scheidden ons van onze trouwe lezers. Meermalen tijdens die bange oorlogsjaren werd ons gevraagd: ‘Wanneer toch komt Het Kempenland, hadden we toch maar onze gazet?’ Doch de bezetting had ons onmogelijk gemaakt te verschijnen: en Goddank! Alzòò moesten we tegen-wil-en-dank onze kolonnen niet blootstellen voor valsche inlichtingen en mededeelingen, die rechtstreeks tegen ons gedachten indruischen en die voor een vaderlander het lezen onwaardig waren.

In de jaren zestig werd Eugeen Bongaerts door ziekte getroffen en bleef hij gedurende vijf jaar bedlegerig. De zware taak van de drukkerij en uitgeverij werd waargenomen door zijn vrouw Hilda Van Asch (geboren in ltegem op 6 december 1901). Het echtpaar Eugeen Bongaerts-Hilda Van Asch had vier kinderen, Raymonde, Laurent, Gilberte en Etienne. Deze laatste was sinds 1955 in de drukkerij- uitgeverij al erg actief. Op 16 januari 1965 overleed Eugeen Bongaerts in de kliniek Nottebohm in Antwerpen. Hetzelfde jaar ook overleed, op 2 december, zijn echtgenote Hilde Van Asch.

Eugeen Bongaerts werd vereerd met de ‘Diocesane Orde van Verdienste, met goud’ van het bisdom Antwerpen, ‘Ridder in de Orde van Leopold II en ‘Politiek gevangene’. Hij was erelid van de Koninklijke Harmonie Sint-Cecilia en lid van verschillende ‘Godvruchtige genootschappen’. In het ‘In Memoriam’ werd hij geroemd als een man die zijn godsdienstige overtuiging onwrikbaar in woord en daad beleed, en die steeds de eer van God en Kerk boven commercieel succes en gemakkelijk gewin stelde. Kleingeestigheid, tegenkanting of onbegrip hebben hem nooit van de rechte weg doen afwijken die zijn ouders, en ook zijn voorgangers, hebben bewandeld. Hij was eerlijk en rechtschapen en schonk steun en waardering aan al wie op zijn welwillendheid beroep deed. Opgewekt, levenslustig en goedsmoeds ging hij door het leven en zijn opgeruimdheid deelde hij joviaal mee aan vrienden en bekenden. Ook in nood en tegenspoed bleef Eugeen Bongaerts blijmoedig en optimistisch.

Eeuwfeest

Wel nog mocht Eugeen Bongaerts de eer en het genoegen smaken in september 1963 de viering van het honderjarig bestaan van ‘Het Kempenland’ mee te beleven. Bij die feestelijke gelegenheid werd er een omvangrijk programma afgewerkt, met feestzitting, een plechtige jubelmis, ontvangst op het stadhuis, de start van de rally ‘Grote Prijs Het Kempenland’ en gespreksavonden met toonaangevende figuren als Jose Heerman over ‘Journalist in de Kempen’, E.H. Bert lven over ‘Pers en jeugd’ en met - speciaal voor de middenstanders - Jos Moorkens over ‘Pers en publiciteit’.

De Kempenland-editie van 29 september 1963 werd een jubelnummer van belang. Men treft er bijdragen in van Jos Dupre, toen nog directeur van de lntercommunale voor de Zuiderkempen, van Francis Anthonis, als secretaris van de Stichting voor de Kempen, maar net ze goed over ‘Mil Broeckx uit Herentals, die meer dan 3.000 Kempenlanden las’. Bijzonder merkwaardig is de bijdrage die schrijver Ernest Claes leverde.

‘Het Kempenland, honderd jaar oud. En ... En ik zit te denken. Daar staat opeens een stuk van mijn jeugd voor me, mijn kinderen jongelingsjeugd, te Herentals. En ik vraag mij af: wie ken ik er nog, wie kent mij daar nog. Mijn hart zegt: allemaal. Als knaap van twaalf jaar kwam ik naar Herentals, in het najaar van 1898. (. . .) lk woonde bij Fien Janssens in de Bovenrij. In het lang en het breed heb ik dat al in mijn boeken verteld.
Het Kempenland was het enige nieuwsblad - (nihil obstat ... imprimatur) dat wij, studenten met een gerust geweten mochten lezen. Door het kollegereglement was het streng verboden een dagblad, ook een katoliek dagblad, of eender wat dat onze jonge geest kon afleiden van onze eventuele priesterroeping, in handen te nemen. Even streng verboden en zwaar gestraft als bij voorbeeld naar de Herentalse meisjes te kijken. (. . .)

15 september, veertien dagen geleden. lk zit op het zonnige terras van ‘De Zalm ‘, mijn gewone pleisterplaats. lk heb de hand gedrukt van het lieve bazinnetje achter de toog, van vele vrienden, zonen en kleinzonen van die van zestig jaar terug. Neen, ze hebben mij niet vergeten, en ik hen ook niet.

En met piéteit en warme genegenheid denkt ik terug aan vader Bongaerts, die met nooit versagende moed zijn idealen verdedigde, en aan zijn huis, zijn kinderen, zijn weekblad. lk denk aan u, Eugeen, die ondanks alle bekommernissen uw vaders ideaal trouw bleef in het voortzetten van zijn levenswerk, ook uw levenswerk. Goed heil Het Kempenland.’ 

Etienne Bongaerts

Vanaf het ogenblik dat hij in de drukkerij-uitgeverij ging meewerken, in 1955, speelde Eugeen Bongaerts’ toen 18-jarige zoon Etienne (geboren in Herentals op 3 april 1937) een belangrijke rol in de ontwikkeling van ‘Het Kempenland’. In 1958 nam hij een initiatief dat mee bepalend is geweest voor het verdere voortbestaan en voor het huidige succes van ‘Het Kempenland’. Etienne Bongaerts startte een nieuwe uitgave, ‘Reklamepost’, dat op publicitair vlak een belangrijke rol speelde als gratis huis-aan-huis-blad. Aanvankelijk verliep de verspreiding ervan via de post, maar al spoedig ging Etienne Bongaerts met eigen dragers de bedeling van de zowat 12.000 exemplaren verzorgen. Een belangrijk moment in de geschiedenis van ‘Het Kempenland’ is oktober 1964, toen het abonnementenblad op initiatief van Etienne Bongaerts werd versmolten met ‘Reklamepost’ en ook begon te verschijnen als gratis huis-aan-huisbIad onder de titel ‘Het Kempenland - Reklamepost’. In december 1964 verscheen het laatste betaalde nummer van ‘Het Kempenland’. Het populaire weekblad had als abonnementenblad meer dan een eeuw, om precies te zijn 101 jaar, weten stand te houden.

Generatiekloof

Al verschillende jaren voor het overlijden van zijn vader, zorgde Etienne samen met zijn moeder voor de wekelijkse verschijning van ‘Het Kempenland’. In het jaar 1965 werd, zoals we reeds zegden, de familie Bongaerts door heel wat tegenspoed getroffen. Op 16 januari immers overleed vader Eugeen Bongaerts en hetzelfde jaar, op 2 december, overleed moeder Hilda Van Asch. Op 1 januari 1966 nam Etienne de zaak over en vond zich voor een bijzonder zware en ingewikkelde opdracht gesteld. Meteen had Etienne Bongaerts de zorg over ‘Het Kempenland- Reklamepost’, maar vooral moesten er dringende vernieuwingen worden doorgedrukt. De concurrentie had immers in die jaren ook niet stilgezeten en dat maakte voor de jonge uitgever het werk er niet gemakkelijker op. Bovendien was Etienne Bongaerts vrij laat geboren: tussen hem en zijn vader Eugeen was er een leeftijdsverschiI van precies vijftig jaar. Merkwaardig genoeg bestond er precies hetzelfde leeftijdsverschil van een halve eeuw eveneens tussen zijn vader Eugeen en zijn grootvader Lens. Het is deze ‘generatiekloof’ - zoals Etienne Bongaerts het noemt - die het vlotte verloop van de modernisering van de drukkerij-uitgeverij ernstig heeft afgeremd.

‘Toen ik als 18-jarige begon in de zaak,’ herinnert Etienne zich, ‘was de jongste machine precies even oud als ikzelf. Kortom: de boel was flink verouderd. In die tijd werd ook alles nog met de hand gedaan: het zetten met letters uit de letterkasten, het manueel inleggen van de vellen papier in de machine enz. Dan moesten de kranten, ook met de hand, nog geplooid worden, gesneden en verpakt. Nachten aan een stuk heb ik in de drukkerij gestaan. Gedurende acht jaar heb ik twee nachten per week niet geslapen. Maar al met al, was het een prachtige tijd.’ Een tijdlang dacht Etienne Bongaerts eraan de drukkerij, die tot dan nog steeds aan de Fraikinstraat in het Herentalse stadscentrum was gevestigd, te moderniseren en werd er zelfs een begin gemaakt met de bouw van een nieuw atelier. Tot afwerking is het daar echter niet gekomen.

Greesstraat

In de Greesstraat, in een overwegend agrarisch gebied, had Etienne Bongaerts samen met zijn echtgenote Jeanine Beyens, met wie hij op 13 april 1964 was gehuwd, een perceel grond gekocht. Zijn echtgenote was best vertrouwd met het harde labeur dat een drukkerij vraagt. In de Fraikinstraat had ze dag en nacht meegewerkt om de winkel-drukkerij en de uitgeverij te laten draaien. De hele ontwikkeling van ‘Het Kempenland’ heeft ze op de voet gevolgd, steeds stond ze achter haar echtgenoot en steunde ze hem in zijn initiatieven, die beslist niet risicoloos waren.

Van meet af aan werd het perceel grond aan de Greesstraat door het echtpaar Bongaerts bestemd voor de bouw van een drukkerij. De plannen om in een agrarisch gebied, ver buiten het centrum van de stad, een bedrijf te bouwen waren overigens in die tijd vrij revolutionair. Van nijverheids- of industriezones was toen immers nog geen sprake.

In 1967 werd aan de Greesstraat met de bouw van de nieuwe drukkerij begonnen, en in april 1968 werden de machines van de Fraikinstraat naar de Greesstraat overgebracht. Meteen ook werd in de nieuwe drukkerij overgestapt naar een (oude) duplex-typo-rotatiepers, al bleven de grote en kleinere typopersen uit de oude drukkerij nog een tijdlang meedraaien. Na een kort experiment met de duplex-typo-rotatie werd deze machine al snel vervangen door een offset-rotatiepers Chandler en Price (8 biz. weekendformaat in een kleur).

Etienne Bongaerts trok redactionele medewerkers aan die de naam en faam van het weekblad in stand hielden, zoals wijlen Jan T egenbos, later hoofdbibliothecaris van de Herentalse bibliotheek, en Frans Wouters, later secretaris van Jos Dupre, die nog steeds in de journalistiek actief is. Maar ook erg bekend geworden schrijvers als Walter Van den Broeck en Robin Hannelore leverden in een nog later stadium op zijn verzoek veel besproken bijdragen tot het blad.

De periode van de letterkast behoorde inmiddels al wel tot het verleden, maar voor het zetwerk werd nog steeds gebruik gemaakt van een Linotype lood-zetmachine die mee uit de oude drukkerij was overgekomen. Als gratis huis-aan-huis- blad kreeg het bedrijf steeds meer zetwerk te verrichten. Naast de publiciteit kwam er steeds meer ruimte voor losse foto‘s met onderschriften en redactionele bijdragen.

Door de aankoop van een fotozetmachine VIP, een primeur voor de Kempen, werd ook het zetwerk gemoderniseerd. En nu men toch in een stroomversnelling was terechtgekomen, kocht Etienne Bongaerts een grotere offsetrotatiepers aan, de Pacer (24 biz. weekendformaat in een kleur). Vanaf dan was de drukcapaciteit voldoende om ook ander krantendrukwerk voor derden aan te nemen.

Uitbreiding

Om die reden, moor ook omdat de formule van ‘Het Kempenland’ als nieuws- en advertentieblad uitstekend bleek aan te slaan, werd vanaf het begin van de zeventiger jaren uitgekeken naar gebiedsuitbreiding. In januari 1972 werd Etienne Bongaerts eigenaar van het blad ‘t Geels Succes’, dat in de regio Geel als gratis huis-aan-huis-blad verscheen en werd uitgegeven door Drukkerij Dils. Onmiddellijk werd ‘t Geels Succes aan de eigen formule, compleet met foto’s en redactie, aangepast en werd het al spoedig een nieuw begrip in de regio Geel.

De Pacer offset-rotatiepers kon echter nog meer drukwerk aan. Om die reden werd in mei 1975 gestart met een totaal nieuwe, derde uitgave: de editie Westerlo. Het belangrijkst bleef echter de editie Herentals, die de koploper bleef. Het kwam geregeld voor dat er door deze editie in afzonderlijke katernen moest worden gedrukt, omdat ze de 24 bladzijden die de Pacer aankon meer dan eens overschreed. In januari 1978 kwam er een vierde uitgave bij, de editie Midden-Kempen, die de gemeenten Vorselaar, Lille, Poederlee, Wechelderzande, Gierle, Lichtaart, Kasterlee, Ten Aard (Geel) en Zevendonk (Turnhout) bereikte. Later zou dit gebied worden herverdeeld en grotendeels onder de edities Herentals en Geel ressorteren.

Het redactiewerk voor deze Kempenland-edities was inmiddels zo’n klus geworden, dat een hoofdredacteur werd aangetrokken om een en ander te coördineren. Die werd gevonden in de persoon van Bruno Bomberen.

Bruno

Bruno Bomberen was een journalist in hart en nieren, en één van die laatste vrije vogels die zijn visie ook in de nationale pers kon doordrukken omdat hij gedurende meer dan tien jaar als enige allround, free lance journalist zich een monopoliepositie had weten op te bouwen in de Antwerpse Kempen. In 1977 kreeg hij van Etienne Bongaerts de leiding toevertrouwd van de verschillende Kempenland- edities.

Als journalist heeft hij zich bij ‘Het Kempenland’ volledig kunnen ontplooien en heeft hij zijn eigen, ‘Bomberiaanse’ stempel gedrukt op het streeknieuws in Midden- en Zuiderkempen. Als bekwaam vakman besteedde hij op de eerste plaats aandacht aan de belangrijke gebeurtenissen, moor vooral ook aan het wel en wee van de vele kleine mensen en dingen, en gaf hij op die manier kleur aan ‘Het Kempenland’. Bovenal was Bruno Bomberen een gevoelsmens, iemand die aanstekelijk enthousiast kon zijn maar ook vlijmscherp met de pen kon uithalen wanneer hij onrechtvaardigheid vaststelde. Bovendien was hij begenadigd met een opmerkelijk tekentalent. Regelmatig verluchtte hij zijn artikels met een van zijn tekeningen, die getuigen van een fijngevoelige artiestenziel.

Zijn onverwachte overlijden, op 11 april 1985, kwam dan ook aan als een harde klap bij ‘Het Kempenland’ en in de hele Kempen. Onder de titel ‘Een mens om nooit te vergeten’ drukten de familie Bongaerts, het personeel en de medewerkers van ‘Het Kempenland’ hun droefheid als volgt uit.

Na het plotse overlijden van Bruno Bomberen worden we steeds meer bewust welk voorrecht het voor ons betekende ettelijke jaren met deze sympathieke kerel te hebben mogen samenwerken. ‘Den Bruno’ was niet aIleen de onvergetelijke Herentalse volksfiguur, hij was als hoofdredacteur de zon in de omgeving van onze drukkerij en uitgeverij, steeds begaan met de innerlijke problemen van bedrijf en medewerkers. Het wordt voor ons een uiterst moeilijke opdracht te wennen aan zijn afwezigheid. (…)

Bruno, u hebt tijdens deze vele jaren talrijke personaliteiten en volksmensen in het daglicht gesteld en soms ook wel even met de beste bedoelingen op hun plaats gezet. Nu dit alles voorbij is, haalt uzelf de voorpagina die u heilig was…’

Een tijdlang verzorgde Bruno Bomberens echtgenote Jasmine Steijlen de redactie maar door haar drukke bezigheden moest ze dat werk stopzetten. Men ontmoet haar nog steeds in het nieuws als de bezielde initiatiefneemster van ‘Een Nieuwe Lente’, een vereniging voor de begeleiding van kankerpatiënten en hun familie.

De nieuwe hoofdredacteur werd Paul Keyenberg, die gebeten was door het journalistenvirus, daartoe een opleiding volgde en daarna werkzaam was bij de Gazet van Antwerpen en het weekblad ‘Echo Journaal’. Ook Paul Keyenberg heeft zich vol overgave op het Kempense nieuws gestort en maakte, samen met zijn free lance mederkers, van ‘Het Kempenland’ het blad zoals het er nu grotendeels uitziet.

N.V. De Peuter

We bevinden ons terug in het midden van de zeventiger jaren, toen in Herentals ook de drukkerij van Tony De Peuter in het Hofkwartier bijzonder actief was, naast de uitgeverij, maar ook handelsdrukkerij van Etienne Bongaerts. Tijdens de expansieve jaren ‘70 steeg het aanbod van drukorders aanzienlijk, en zowel Tony De Peuter als Etienne Bongaerts ondervonden daarvan de gevolgen en koesterden plannen tot uitbreiding. Uiteindelijk hebben beide ‘concurrenten’ elkaar gevonden en kwamen ze tot een strikte taakverdeling.

Na overleg tussen Tony De Peuter en Etienne Bongaerts kwam het tot de oprichting van de naamloze vennootschap N.V. De Peuter, die zich uitsluitend zou beperken tot handelsdrukwerk op losse vellen papier. Drukkerij Het Kempenland zou zich dan uitsluitend toeleggen op het bedrukken van papierbobijnen, d.w.z. kranten en folders. Deze unieke wederzijdse verstandhouding werd voor beide bedrijven de basis van solide, succesvolle ondernemingen.

In 1980 nam N.V. De Peuter een nieuw drukkerij-complex in gebruik aan de E313-autosnelweg op het Herentalse industrieterrein en momenteel warden er een twintigtal personen tewerkgesteld.

Modernisering

Op het einde van de zeventiger jaren begon de getrouwe Pacer- rotatiepers, die zoveel had bijgedragen tot de groei en bloei van ‘Het Kempenland’, tekenen van slijtage te vertonen. Na heel wat overleg en een bezoek aan de grafische beurs DRUPA in Duitsland ging Etienne Bongaerts in 1980 over tot de aankoop van een offset- rotatiepers Unimann (48 biz,, waarvan 8 in kleur).

Op deze pers kon ook in 4 kleuren worden gedrukt, wat meteen na de montage van de machine werd gedaan – met uitstekend resultaat. De Unimann was een opmerkelijke modernisering: het drukken ging aanzienlijk sneller en het probleem van de afzonderlijke katernen, als een uitgave meer dan 24 bladzijden telde, was meteen van de baan.
Ook het VIP-zetsysteem had zijn beste tijd gehad. Ondanks de zich aankondigende economische crisis besloot Etienne Bongaerts tot de aankoop van een gloednieuwe foto-zetinstallatie: de HS45 Hendrix, verbonden met een Compugraphic 8600, in 1982 een enorme, kapitale investering.

Een jaar daarvoor, in 1981, werd ook besloten de uitgeverij af te splitsen van de drukkerij. Dat gebeurde niet alleen louter op papier, maar er werd ook een nieuwbouw gerealiseerd, waarin de uitgeverij, onder leiding van directeur Jules Torfs, werd ondergebracht, compleet met lokalen voor de vertegenwoordigers, de administratie en de redactie.

Nauwelijks was dit nieuwe gebouw klaar, of het bedrijf werd andermaal in oppervlakte uitgebreid. Etienne Bongaerts besloot immers een bijkomende rotatiepers voor vierkleurenfolders (recto-verso) aan te kopen. Deze pers, een Zirkon, kreeg een plaats in de ruimte voor papieropslag. Om de papierbobijnen onder dak te krijgen, werd in 1982 een magazijn opgericht met een oppervlakte van 1500 vierkante meter.

Alweer uitbreiding

De eerste helft van de jaren tachtig, toen Vlaanderen gebukt ging onder een zware economische crisis, heeft ‘Het Kempenland’ met glans doorstaan. De vooruitziende blik van bedrijfsleider Etienne Bongaerts op het vlak van investeringen is daar beslist niet vreemd aan. De moderniseringen die hij heeft doorgevoerd hadden het bedrijf gewapend tegen het ergste. In april 1985 kwam een derde loot ‘Het Kempenland’ vervoegen, wanneer de drukkerij en de uitgeverij werden aangevuld met het reclameureau PLS, dat een jaar daarvoor door Jules Torfs was opgericht. PLS werd een full service bureau voor reclame-advies en mediaplanning in binnen- en buitenland.

De oplage van de verschillende Kempenland-edities werd alsmaar hoger en het verspreidingsgebied vergroot. In januari 1986 werd de editie Geel uitgebreid met Mol, en in oktober met Lommel, zodat de editie Geel-Mol-Lommel tot stand kwam en ‘Het Kempenland’ ook in Limburg een voet in huis kreeg. De editie Westerlo zocht uitbreiding naar het westen, zodat in oktober 1987 Heist-op-den-Berg aan het verspreidingsgebied werd toegevoegd.

In mei 1991 werd de gkiedbueywe edutue Turnhout-Malle-Hoogstraten uit de grond gestampt, die de hele Noorderkempen beslaat. Toen vanaf januari 1992 de editie Lier verscheen, na overname van het ‘Cinemablad’ dat een gevestigde waarde was in Lier en omgeving, werden de grenzen van het arrondissement ver naar het westen toe doorbroken, nagenoeg tot aan de agglomeratie Antwerpen. Meer dan ooit werd het motto ‘Heel de Kempen in uw bereik’ een feit. Langzaam aan werd het redactiewerk voor één persoon te zwaar zodat Paul Keyenberg uitkeek naar een collega op de redactie. Dat werd in december 1991 ondergetekende, Jet Eelen, die al een aantal jaren voor ‘Het Kempenland’ als losse medewerker actief was en als verslaggever werkte voor de krant Het Volk. De Kempen werden Paul Keyenberg echter ietwat te klein. Al jaren droomde hij van een wereldreis, en in juni 1993 maakte hij dat voornemen waar en vertrok. Momenteel verblijft Paul Keyenberg in Australië, na Zuid-Afrika de tweede etappe van zijn reis rond de wereld. Op ‘Het Kempenland’ werd zijn functie overgenomen door Jet Eelen, en er werd een nieuwe redacteur gevonden in Jef Aerts, die ook al een aantal jaren als freelancer bijdragen leverde aan ‘Het Kempenland’.

Vernieuwing

Op het einde van de jaren tachtig voerde de groep Roularta een machtsgreep uit op de regionale weekbladen in de Kempen, en één na één kwamen ze onder de leiding van deze Westvlaamse groep, wat hun streekgebondenheid bepaald niet heeft bevorderd. ‘Het Kempenland’ echter bleef onafhankelijk. lnmiddels had de techniek in de grafische sector alweer met rasse schreden vooruitgang gemaakt, en om de concurrentie een stap voor te zijn, overwoog Etienne Bongaerts de aankoop van een nieuwe drukpers. Bij de besluitvorming werden nu, naast Etiennes echtgenote Jeanine Beyens, ook de zonen Bart (geboren in Herentals op 18 september 1967) en Tom (geboren in Herentals op 26 januari 1971) betrokken.

Na heel wat overleg en bezoeken aan vakbeurzen en bedrijven in binnen- en buitenland werd in 1991 een nieuwe pers aangeschaft bij de Frans-Duitse firma Heidelberg Harris. Deze machine, de Heidelberg Harris 845, is standaard uitgerust om 64 bladzijden formaat Kempenland te drukken, waarvan 8 bladzijden in vier kleuren, 24 bladzijden met een steunkleur en de resterende bladzijden in zwart-wit. Ook de drukcapaciteit werd met deze nieuwe pers aanzienlijk opgevoerd: de Heidelberg Harris 845 bereikt een normale snelheid van 25.000 kranten per uur en kan een dubbele prduktiesnelheid van 50.000 kranten per uur behalen.

Om deze pers onder dak te brengen was inmiddels gestart met de bouw van een immense hal, waarin meteen ook ruimte werd voorzien voor de afdeling prepress (drukvoorbereiding) en de kantoren van directie en het reclamebureau PLS. Eind 1991 werd de Heidelberg Harris in de nieuwe hal opgesteld, en in de zomer van 1993 verhuisden directie, prepress en PLS naar het nieuwe gebouw.

De uitgeverij bleef gevestigd in de gebouwen die een tiental jaar geleden waren opgetrokken. Daardoor kwamen de oude gebouwen van de drukkerij leeg te staan. Welke nieuwe bestemming ze zullen krijgen is nog niet bekend maar er wordt gedacht aan mogelijkheden als archief- en tentoonstellingsruimte, ruimte voor nieuwe afwerkingsmachines of eventueel een bijkomende pers. Ook in de zetterij werden, vooral onder impuls van zoon Bart Bongaerts die in 1990 het bedrijf was komen versterken, grondige vernieuwingen doorgevoerd. Het Compugraphic-zetsysteem maakte plaats voor de meer geavanceerde DDE-computers. Maar vooraI worden er hoge verwachtingen gesteld in de Macintosh-computers, omdat het daarmee mogelijk wordt complete pagina’s met teksten en advertenties - in vier kleuren - samen te stellen. Momenteel worden er al een aantal pagina’s op die manier afgewerkt en binnen afzienbare tijd zou de volledige verwerking van de Kempenland-edities op deze manier gaan gebeuren.

Ondernemingszin

Al deze investeringen, waarmee een bedrag is gemoeid van zowat 250 miljoen frank, bevestigen Etienne Bongaerts en zijn zonen Bart en Tom - die zopas mee in het bedrijf stapten - in hun voortrekkersroI en getuigen van een ondernemingszin en een doorzettingsvermogen die in de Kempen zelden wordt geëvenaard. Mede door het tijdig inspelen op wat er op de grafische markt werd aangeboden, was ‘Het Kempenland’ zijn concurrenten steeds een stapje voor en blijkt het de enige krant in de Kempen - en nagenoeg in de hele provincie - te zijn die onafhankelijk en volledig in eigen beheer wordt gemaakt: zowel de verkoop van publiciteit, de drukvoorbereiding, het drukproces als de afwerking is in eigen handen gebleven.

Kempenland nu (dd 1993)

Momenteel stelt de Groep Kempenland - drukkerij, uitgeverij en reclamebureau PLS - een zeventigtal mensen tewerk. Algemeen directeur en afgevaardigd beheerder is Etienne Bongaerts. De drukkerij wordt geleid door Bart Bongaerts, de uitgeverij door Jules Torfs (directeur) en Jules Urbain (verkoopleider) en het reclamebureau PLS door Henk De Daneker. Week na week wordt ‘Het Kempenland’ gratis huis-aan-huis bedeeld in zowat 255.000 exemplaren en in vijf edities: Lier, Turnhout/ Malle/Hoogstraten, Westerlo/ Heist-op-den-Berg, Geel/ Mol/ Lommel en Herentals. De verkoop van de advertenties wordt verzorgd door een negental vertegenwoordigers, de redactie wordt verzorgd door twee redacteurs en een vijfentwintigtal toegewijde losse medewerkers die in het hele verspreidingsgebied het nieuws op de voet volgen. Het aantal gedrukte en uitgegeven pagina’s maakte in vrij korte tijd een enorme evolutie door. In 1985 bedroeg het aantal bladzijden per jaar nog 5.992, en dit jaar stevenen we af op een totaal aantal bladzijden van 11.000! Daarbij wordt elke week 36 ton,  grotendeels gerecycleerd papier verwerkt. Even een bedenking: wanneer we de produktie van één jaar, blad na blad, achter elkaar zouden leggen wordt dat een papierband van 88.000 kilometer, kortom meer dan twee maal de omtrek van de wereld!

Bart en Tom Bongaerts

Etienne, Bart en Tom Bongaerts stammen uit een sterk geslacht dat ver teruggaat in de geschiedenis. Het bewijs daarvan wordt geleverd door het wapenschild van de Bongaertsen met ‘in goud drie zwarte molenijzers geplaatst 2-1 ‘.

Het was het wapen van het echtpaar Joannes Nicolaas Bongaerts en Maria Margaretha van der Heggen, die op 15 augustus 1711 huwden te Maaseik.

De meeste afstammelingen van het geslacht Bongaerts vinden we nu nog vooral in het Maasland. Merkwaardig is de evolutie van de ‘Dessels-Herentalse’ loot van de familie Bongaerts. Telkens komen we terug op ronde getallen: Etienne Bongaerts ( °1937) is precies 50 jaar jonger dan zijn vader Eugeen Bongaerts (°1887), die dan weer precies 50 jaar verschilde van zijn vader Lens Bongaerts (°1837). Tussen Etienne en zijn grootvader ligt dus een verschil van precies een eeuw!

Dit grote leeftijdsverschil was, zoals we reeds eerder zagen, er de oorzaak van dat de modernisering van het bedrijf - met name tijdens de eerste 2 generaties Bongaerts - maar mondjesmaat op gang kwam.

Nu Etiennes zonen Bart en Tom, op vrij jonge leeftijd, in het bedrijf zijn gekomen en op het vlak van investering in mensen en techniek de pioniersgeest van hun vader lijken te hebben overgeërfd ziet de toekomst van ‘Het Kempenland’ er rooskleuriger uit dan ooit.

Het beste bewijs daarvan vindt men in de gloednieuwe en ultramodern uitgeruste gebouwen aan de Greesstraat. arvan wordt geleverd door het wapenschild van de Bongaertsen met ‘in goud drie zwarte molenijzers geplaatst 2-1 ‘.

Wat volgde na het 130-jarig jubileum in 1993…

Het Kempenland wordt ‘De Zondag’

1995 betekende een groot jaar in de geschiedenis van Het Kempenland. Na meer dan een eeuw in handen te zijn van de familie Bongaerts, werd de uitgeverij Het Kempenland volledig verkocht aan het toenmalige De Vlijt/Antwerpse Post, wat later Gazet Van Antwerpen (GVA) werd.
Via Gazet Van Antwerpen komt het in handen van Concentra en later Roularta.
De betreffende uitgeverij zag hiermee zijn lokale aandeel in de Kempen aanzienlijk vergroten. Voor hen was dit de start van een lokaal Kempische krant om naast de provinciale en nationale adverteerders ook de eerder lokale handelaren een plek te geven en zo zijn regio te vergroten. Eind jaren ’90  werden deze edities ‘De Zondag’ genoemd, zoals wij ze vandaag de dag nog kennen, en wekelijks meenemen bij de bakker. Vanaf de overname door Gazet Van Antwerpen was de Kempense uitgave geen huis-aan-huis blad meer, maar gebeurde de verspreiding door bakkers en andere lokale voedingshandelaren.

Met heel veel trots kijkt de familie Bongaerts naar de wekelijkse ‘De Zondag’ omdat het precies die krant is waarvan de basis van het bestaan en van het succes gelegd werd door hun vaders, grootvaders en overgrootvaders.

Vanaf die overname zal niet meer het uitgeven, maar het drukken centraal komen te staan in het bedrijf. Bart en Tom Bongaerts nemen voor 100% het roer over. Troeven als de jarenlange ervaring en de sterke verbondenheid met klanten, partnerbedrijven en medewerkers worden verdergezet.

Grafix Dessel

In 1998 werd Drukkerij Grafix in Dessel voor 100% overgenomen door Bart en Tom Bongaerts. Daar werden de rotatie drukwerk activiteiten samengebracht onder één dak. Grafix richt zich daarmee volledig op de retail klant en drukt miljoenen folders en krantjes voor meubelwinkels, doe-het-zelvers, electrozaken en nog veel meer winkels en winkelketens.

 De belangrijkste waarden die het bedrijf meedraagt, zijn snelheid, flexibiliteit en efficiëntie. Bart Bongaerts wordt CEO in Dessel.

Sint-Norbertus Drukkerij

In 2001 werd de drukkerij van de paters van Tongerlo, Sint-Norbertus, overgenomen door de familie Bongaerts. Alle activiteiten, alsook de medewerkers werden overgebracht naar de Greesstraat.
Hiermee kende de drukkerij een forse groei en uitbreiding.

Impressa

De eigen vellendrukkerij De Peuter én de Sint-Norbertusdrukkerij werden in 2003 gefuseerd en kregen de naam IMPRESSA.

Grafische Groep Bongaerts

Diversificatie van het aanbod is een belangrijk gegeven voor de Grafische Groep Bongaerts. De passie om te ondernemen en de jarenlange sterke verbondenheid met partnerbedrijven, klanten en medewerkers zorgt ervoor dat er oplossingen worden geboden op vele vlakken. Om tot een 360° aanpak te komen, werd er de laatste jaren dan ook flink gesleuteld aan de uitbouw van die partnerships. Nieuwe afdelingen en participaties in andere bedrijven zorgen vandaag voor activiteit op een erg breed communicatie- en mediaplatform. Zo zijn er ondertussen ook opnieuw belangen in een paar uitgeverijen van consumenten- en nichebladen alsook in een signbedrijf en een communicatiebureau. We noemen hieronder enkele van de participaties bij naam:

Primetime Communication Group, een Leuvens communicatiebedrijf met een uitzonderlijk breed aanbod. 58 communicatiespecialisten werken hier dagelijks aan zowel on- als offline communicatie projecten.

Thema Media, een gratis maandblad uitgegeven door Primetime Communication Group. Het blad verschijnt in een oplage van 90.000 stuks in Limburg, Kempen en Oost-Brabant.

Rekad, multimediabedrijf en uitgeverij van enkele nichebladen in de tuin-, floristieke- en landbouwsector. De focus hier ligt op evenementen, televisie en online.

Intracto bied digitale expertise op alle vlakken, van strategie tot ontwikkeling, van webdesign tot ondersteuning in digitale communciatie.

YouView, actief onder de naam ‘WeZooz’, ontwikkelt alle types video voor bedrijven, van spectaculaire dronebeelden en time- of hyperlapse tot klassieke bedrijfsvideo’s. Met WeZooz Learning creëert men educatieve content voor opleidingen voor het middelbaar onderwijs.

Drukservice Impressa

Vrijdag 23 december 2016 werd het samengaan van 3 drukkerijen Impressa nv (Herentals), Drukservice nv (Olen) en Print-ID bvba (Overpelt) gefinaliseerd. 3 grafische dienstverleners vonden in elkaar de perfecte partner en zien met gebundelde krachten de toekomst vol vertrouwen en ambitie tegemoet.

Tom Bongaerts: 'Vanaf 2017 gaan we verder als Drukservice Impressa, binnen afzienbare tijd in zijn geheel gevestigd op de locatie van Impressa in de Greesstraat Herentals. Alle familiale aandeelhouders blijven aan boord. De grafische sector is al langer aan een forse consolidatie bezig, en daarin willen Impressa (Bongaerts) en Drukservice/Print-ID (Van Genechten) een wezenlijke rol gaan spelen. We verwachten immers dat de ontwikkelingen op gebied van snelheid, multi-channel marketing en scherpe prijszetting blijvend zijn, en wapenen ons daarom met vereende krachten voor de verdere uitbouw van het kwaliteits- en serviceconcept waarvoor we in de drukkerijbranche al langer gekend zijn.’
‘Het samenbrengen van onze gezamelijke vakmensen en respectievelijke machineparken zal ons een ongeziene flexibiliteit geven, met meer mogelijkheden en uitgebreidere capaciteit om alzo nog sneller antwoord te kunnen geven op alle vragen van onze klanten.’

Zo combineert Drukservice Impressa het persoonlijk engagement en de ongebreidelde drive van de broers Van Genechten met de in drukkers- en uitgeversmiddens vermaarde ervaring van de familie Bongaerts.
‘Weet dat Drukservice Impressa nog meer dan vroeger garant zal staan voor de beste kwaliteit, u met de nodige flexibiliteit en snelheid gebracht, en aan meer dan competitieve prijzen. Samen staan we voor eeuwen soliede ervaring én een frisse, jonge dynamiek. Een succesrecept voor de toekomst,' besluit Tom Bongaerts.